Verzacht verdriet

Verzacht verdriet
‘Het is zoals het is’, zegt men.
‘Het wordt zoals het wordt’, zeg ik.
Er is geen statisch zijn,
van rouw, gemis en pijn.
Er is ontwikkeling.
Omwikkel je intens verdriet
met zacht en lieve dingen.
Want rond de leegte in je hart
zijn ook
her – inneringen.
‘Verdriet is dat ding met stekels’ , schrijft Dirk de Wachter in zijn boek ‘De kunst van het ongelukkig zijn’. Je kunt de stekels niet wegsnijden. Wat we kunnen doen, is het omzwachtelen met verhalen, windsels, pleisters. Tot de stekels niet meer prikken, tot we het verdriet bijna koesterend kunnen meenemen.

‘Herken je dat? En (wanneer) wordt het milder?’ Vragen. Een zoektocht in rouw.

Rouw: Ieder heeft zijn eigen weg te gaan.

‘Ik word elke ochtend wakker en dan is het er als een mokerslag. Alsof ik het iedere ochtend opnieuw hoor. Niet te doen, zo rauw. Herken je dat? En (wanneer) wordt het milder?’ De vragen zetten me aan het denken. Ze zijn afkomstig van iemand met rauwe rouw.

Ja, ik herken het. Het eerste deel van de vraag is gemakkelijk te beantwoorden.
Wordt het milder? Wanneer? Dat zijn vragen waar ik geen antwoord op weet.

‘Ieder rouwt op zijn manier, in zijn tempo… ik weet het niet, het is voor iedereen anders,’ zou ik kunnen antwoorden, maar ik besluit om haar te vertellen hoe het bij mij werkte.

Ik schrijf haar:
‘Elke ochtend was het eerste wat ik dacht: ‘Robbin’. En ik dacht: ‘Hoe begin ik deze dag? Wat moet ik, wat kan ik en wat doet er eigenlijk toe?’  Mijn gevoel en lichamelijke pijn gaan altijd nauw samen. Zo heb ik buikpijn als ik ergens tegenop zie en ben ik misselijk bij té moeilijke dingen. Mijn schouders hebben veel te dragen, waardoor ik chronisch nek- en  schouderpijn heb. Deze rouw voelt als messteken in mijn maag (bij jou de mokerslagen?) en ik belandde bij een hartspecialist vanwege pijn in mijn hart. Ik blijk een goed hart te hebben (mooi toch?) en ik vroeg de arts of het ‘broken heart’- syndroom echt bestaat. Ja dus. Gelukkig heeft dat bij mij niet doorgezet. Tijdelijke pijn. Tijdelijke rouw? Nee.

Elke avond zag ik ertegenop om naar bed te gaan. Want, zodra ik ging liggen, dacht ik: ‘Robbin’. En dan had dat niet met ‘koester de herinneringen’ te maken. Dat gemis, die leegte!

Op een ochtend werd ik wakker, en ik dacht: ‘Hee, ik heb gisteravond niet aan Robbin gedacht’.
Op een avond, toen ik in bed stapte dacht ik: ‘ach, ik heb vanochtend, en de hele dag nog niet aan Robbin gedacht’

Ik weet niet meer in tijd te denken. Heel globaal kan ik wel zeggen hoe het mij de eerste jaren is vergaan. Het eerste jaar na overlijden van Robbin heb ik als verdoofd doorgeleefd. Ik deed de dingen die moesten en ik werkte, ook weer met plezier en als ‘verwerking’.
Het tweede jaar kwam het gevoel misschien nog wel meer binnen. Dat intense gemis, missen. Na anderhalf jaar dacht ik ‘nu is het wel genoeg geweest, kom nu maar weer terug’.
Aan lotgenoten, na een lezing over rouw, vroeg ik: ‘hoe gaat het derde jaar?’ Het bleef stil in het zaaltje met veel aanwezigen.

Eerlijk gezegd, het leek in dat derde, en inmiddels het vierde jaar, met golven moeilijker te worden. De messteken werden intenser, maar kwamen minder vaak voor. Het leven is intenser geworden. Ik kan ook weer meer van mooie dagen en ontspannende activiteiten genieten. Ik doe zo min mogelijk aan oppervlakkige gesprekken, contacten hebben meer diepgang gekregen.

In het boek ‘Rouwen in de tijd’ schrijft Marinus van den Berg hoe je in een moeras belandt, daarna dwaalt in een doolhof, een tijd in een labyrint blijft. En dat je in de vertraagde tijd komt. Ik herken dat wel.

Het is fijn om te weten dat je uit het moeras komt. En op sommige dagen voel ik me er opnieuw in zitten, ben ik niet in beweging te krijgen, voel ik me verlamd door verdriet.

Gelukkig zijn er ook vuurplaatsen. Daar ontmoet ik gelijkgestemden of juist mensen die zo krachtig en kwetsbaar zich opstellen, dat ik me bij hen kan opladen. We delen verhalen en ervaringen. Daar zijn mensen die tijd hebben en luisteren.

Ieder rouwt op zijn manier, in eigen tempo. De een loopt snel, de ander hinkelt, net als in het ‘gewone’ leven. Maar dat wist je al. En of je nu snel of langzaam loopt, het is vallen en opstaan. En weer vallen….en opstaan…

Dit is hoe het bij mij werkte. Echte antwoorden heb ik niet.
Ik wens je heel veel kracht en zachtheid, lieve mensen die je steunen en vuurplaatsen met warmte.

Liefs voor jou in dit rauwe landschap van rouw.

Lieve groet,

Wilma ‘.

 

Voor wie mij en Robbin niet kent. Robbin is mijn jongste zoon. Hij is altijd 21 jaar gebleven.

 

 

Leven met leegte? Leven met liefde!

When we lose someone
we love, we must learn
not to live without them
but to live with he love
they left behind.

Wat een mooie tekst!
Al een tijdje geleden sloeg ik de woorden op, toen ik ze tegenkwam. Om er ooit iets mee te doen. Ze te verwerken. Als rouwverwerking.

Rouw verwerken. Ik blijf het een mooie term vinden, al vinden veel mensen ‘Rouw verweven’ beter klinken.
Verwerken ligt voor mij in het creatieve proces. Ik verwerk in mijn schilderijen, door tekenen en schrijven.

Ik spreek veel met ‘vriendinnen-lotgenoten’. We noemen de namen van onze kinderen van wie we afscheid moesten nemen. Intens verdriet, gemis en soms boosheid en frustraties borrelen op. En altijd komen ook prachtige herinneringen naar boven. Vol trots vertellen we elkaar over onze kinderen. Hoe en wat hij/zij deed, liet zien van zichzelf, hoe creatief ze waren of hoe goed ze waren in sport… en vooral: hoeveel liefde zij in onze levens brachten. Soms laten we elkaar foto’s zien van onze prachtige kinderen. Verhalen kunnen vertellen over je kind is zo fijn. De ruimte krijgen.

Wat me steeds weer raakt, zijn de verhalen die ik hoor, over  hoe vrienden en familie afhaken. Naast het rouw-verdriet komt dat verdriet erbij.
Voor vrienden/familie is het denk ik, te moeilijk om over de dood te praten. Want dat gevoel ‘je moet er toch niet aan denken dat je kind…’ overheerst. Als je het er maar niet over hebt, is het er misschien niet.

‘Laat ik het er maar niet over hebben, want dan denkt ze er weer aan’. (vaak gehoord).

De andere kant van dit zwijgen: Doodzwijgen doet zo’n pijn! Zo ontstaat die leegte, de pijn van het gemis.
Zo horen we ook nooit meer mooie herinneringen die jij misschien had aan ons kind. En je geeft degene met rouw geen kans om te vertellen over zijn/haar  zo geliefde kind.
Rouw is meer dan alleen praten over de ziekte, het ongeluk, de omstandigheden van de dood. Het is ook het kunnen be-lichten. Liefdevolle herinneringen maken rouw wat lichter.

De liefde voor ons kind blijft altijd bestaan. Liefde is in mooie herinneringen. Die voeden de leegte in het hart.

‘We must learn to live with the love they left behind’

 

‘Het antwoord is liefde’

‘Peace’

 

 

 

 

Beproefd, maar niet gebroken.

Beproefd, maar niet gebroken

   
Een beeld dat me raakt.
Op een afstand zie ik haar staan. Een vrouwenfiguur. Haar hand opgeheven in de stralend blauwe lucht. Ik denk: wat een krachtige vrouw.
Als ik doorloop, zie ik een kindje achter haar rug.
En de woorden ‘beproefd maar niet gebroken’.
De woorden dringen diep binnen. Een moeder, een kind. Een kind, een moeder.
Er staat een datum: 1 februari.
Het is in Zierikzee, dus het beeld zal er geplaatst zijn naar aanleiding van de watersnoodramp.
Ik voel de woorden. Ik voel mijn gemis.
Ik denk aan alle moeders die hun kind missen, aan kinderen die hun moeder missen.

En de kracht die zij vinden om door te gaan.

Beproefd, maar niet gebroken.

Levend verlies?

Levend verlies.

Wat zou het mij hebben getroost… weten dat dat óók rouw is: verlies van gezondheid. Of verlies van de gezondheid van je kind, je partner of je ouders.
In die tijd van grote zorgen om de gezondheid van mijn kind en de gezondheid van mijn moeder, ging ik naar een rouwtherapeut.
Ik dacht heel stil in mezelf ‘het lijkt wel rouw, dit verdriet, dit verlies van wie zij waren’. Maar ik dacht ook: ‘ze leven nog, dus het ís geen rouw’.

Nu weet ik: dit is rouw. Levend verlies.

Dat een bepaald gevoel een naam heeft, verandert niets aan het gevoel. Maar rouw is zo eenzaam.
Weten hoe het werkt, hoe het kán werken, is belangrijk. Weten dat rouw nooit voorbij is, helpt beter dan de opmerkingen ‘het komt wel goed’.
Weten dat rouw geen opeenvolgende fases heeft, maar alles in de tijd door elkaar heen buitelt, helpt.
Iemand die je ziet en uitleg kan geven is fijn.

Er zijn veel mensen die schrijven over rouw. Maar juist als je rouwt,
kun je je vaak zo moeilijk concentreren op lezen. Ik heb nog een stapel interessante boeken te gaan.
Op YouTube kun je filmpjes zien door Manu Keirse, deskundige op het gebied van rouw.
Hij vertelt met prettige stem over een aantal onderwerpen.
Aanrader als je met rouw  te maken hebt (zelf, of in je omgeving).

 

( Levend verlies is ook verlies van werk, scheiding, en verlies van gezondheid van jezelf of van een dierbare).
#verlies #verdriet #rouw #steun

Het roodborstje op mijn pad.

Het roodborstje is mijn lievelingsvogeltje, mijn troostvogel. Dat komt door Robbin. In het boekje ‘..en het roodborstje zingt’ schrijf ik daarover het volgende:

Robbin:
Op 21 maart 2016 overleed Robbin, mijn jongste zoon. Hij werd 21 jaar.

In het Engels is robin=roodborstje. Vanwege de naam én zijn rode kleur werd dit mijn lievelingsvogeltje. Rood was namelijk ook Robbins lievelingskleur. In een van de laatste gesprekken zei hij tegen me: ‘rood is de kleur van de liefde’.

Op onverwachte momenten duikt het roodborstje op. Het geeft me moed op moeilijke momenten. Vaak word ik er blij van. Dan maakt mijn hart een sprongetje, een huppeltje. Het roodborstje maakt dat ik aan Robbin denk, zo voel ik liefdevol verbinding.

Kort geleden ging ik een dagje naar zee. Even ertussenuit, zorgen en werk achterlatend.

Een dagje genieten, zeg maar. Toch vind ik ‘genieten’ een lastig woord. Want hoe kun je ooit nog echt genieten na de dood van je kind?
Toen ik in de tijd van rauwe rouw, kort na het overlijden van Robbin, weleens ging wandelen en vertelde dat ik dat fijn vond, zei een vriendin tegen me: geniet ervan he. Hoe kon ze dat zeggen? Het troostte mij, maar zo’n wens in die tijd…
Maar nu, kort geleden (vier jaar en 1 seizoen later) ging ik samen met mijn man naar zee en verheugde me erop.
Toen ik twee straten verder was, moesten we remmen.
Midden op de weg, zat een vogeltje. Een roodborstje. Hij maakte een huppelsprongetje en… vloog weg.
Dat mijn ‘troostvogeltje’ zich zo liet zien, kon volgens mij maar 1 ding betekenen. Iets vreugdevol.
Maak er een mooie dag van. Geniet er maar van.
Dat heb ik gedaan: genoten. Al blijf ik het een moeilijk woord vinden.
Hoe ik eerder een bijzondere ontmoeting had met het roodborstje lees je hier:

Het roodborstje op de begraafplaats

 

 

 

 

Ik heb voor jou de zon geplukt

Ik heb voor jou de zon geplukt. acrylverf op doek, 80×80 cm

Ik heb er een paar dagen heel intensief aan gewerkt. Een bodem gelegd met koffiedik, van waaruit ik naar de zon heb gereikt.

Het is fijn om met geel te schilderen, het licht weer bij het donker. Het donker en het licht.
Tekenen van deze tijd.
En natuurlijk: de troostvogel.

Mijn mijmeringen bij het maken van het schilderij  lees je hier

Tekenen en schilderen ten tijde van corona

De woorden buitelen door mijn hoofd.
Over corona, een land in rouw, maar ook over persoonlijke rouw. Ik denk er veel over na,
maar weet niet zo goed wat ik moet of kan zeggen. Daarom teken en schilder ik.

Alleen maar vrolijke plaatjes maken, lijkt op ontkenning van alle verdriet. Tegelijk helpt het ook. Toen ik gisteren de zon maakte, voelde dat als een bevrijding, na het verwerken van de prut op mijn schildersdoek. ( dat was nog ff technisch gedoetje, ik gebruikte een gel medium om koffiedik op te plakken)


In mijn werk maak ik keuzes. Soms heb ik aandacht voor het donker, verlies, verdriet, en dan heb ik weer aandacht voor moed, kracht, zacht en troost.


Rouw heeft ruimte nodig.
Wie rouwt, heeft kleur en troost nodig.

En zo is mijn schilderij geworden:

Ik heb voor jou de zon geplukt

 

 

Vind jij het ook zo moeilijk? Kerst en de rouw van familie of vriend/vriendin

Vind jij het ook zo moeilijk?
…de rouw van een familielid of vriend/vriendin

Je gaat hem of haar weer ontmoeten met kerst: je familielid, vriend of vriendin die zo’n groot gemis met zich meedraagt. Iemand met rouw. Wat ga je zeggen?
Je voelt je ongemakkelijk. Praten doet pijn. Liever maar zwijgen?

dolen in het donker..

1. Blijf namen noemen.

Degene met rouw, vindt het vaak fijn, als de naam wordt genoemd van wie zo gemist wordt. Juist het niet-noemen geeft het gevoel van alleen zijn, in het donker dolen. Ja maar..als hij er nu echt niet over wil praten? Mensen met rouw kunnen heel goed aangeven als ze liever even niet praten. Jij hebt dan in elk geval laten blijken dat je aan de overleden persoon denkt.

2. Luisteren.
‘Vertel nog eens over… ‘  vraag naar degene die zo gemist wordt.

 

wees niet bang voor tranen.. laat maar stromen

3. samen herinneringen delen is fijn.
Vertel iets moois over degene die zo gemist wordt. Elke herinnering is als een cadeautje.

O jee, ik durf het bijna niet te vragen, maar…
Als we een gesprek beginnen over rouw, is dan niet het hele kerstfeest verpest?

Nee!

Ruimte geven aan rouw hoeft niet te betekenen dat je er de hele tijd over praat. Al zijn het maar een paar minuten aandacht , ze maken het verschil tussen een gespannen sfeer en een ‘prettig kerstfeest’.

wie zijn hart kan luchten, kan weer luchtiger verder.

Ik wens je een ‘prettig kerstfeest’, met lieve vogeltjes om je heen. Of, indien gewenst, alleen.

illustraties uit: Kan ik iets voor je doen? Een sfeervol boek over een verdrietig vogeltje op zoek naar troost.

Kerstwensen in roze en blauw

In de tijd van ‘prettige kerstdagen en gelukkig nieuwjaar’, ging ik op zoek naar een alternatief, want voor zoveel mensen is er geen ‘prettig’ en ‘gelukkig’. Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen als ik weet dat iemand heel ziek is. Of als er grote zorgen zijn om geliefden of werk.

Als iemand in het gezin is overleden, een ouder, partner of kind..
Wat zeg ik bij dat intense gemis? Ik wil graag iets liefs, iets van harte zeggen..

Ik wens je in roze: zachtheid. Met rood: liefde en kracht. En ik stuur je luchtig blauw. Voor ruimte. Ruimte die jij nodig hebt, met alles wat er mag zijn. Stilte of een goed gesprek.
Voor 2020 wens ik je van harte een kleurrijk nieuwjaar, met de kleuren die jij nodig hebt.